TULP REIZEN

« Terug



Eilandhoppen in Het Kanaal

Tekst & Fotografie // Sybylle Kroon

De flamboyante hoteleigenaresse, de mysterieus verdwenen tuinman, de clumsy Franse ober, de grumpy winkelier: wie denkt dat dit soort karakters uit Engelse detectives zoals Midsomer Murders fictief zijn, moet toch eens afreizen naar de Kanaaleilanden. Ze bestaan echt! Op Jersey, Guernsey, Herm en Sark waan je je soms op een filmset, maar gelukkig zonder moord en doodslag. Eilandhoppen in Het Kanaal is vooral een mooie belevenis!

Neem Elizabeth Perree. Ze is eigenaresse van La Sablonnerie op het Kanaaleiland Sark, gehuisvest in een 16e-eeuwse boerderij. Het hotel met restaurant ligt verscholen tussen het weelderige groen op dit mini-eilandje voor de kust van Guernsey, waar je alleen per boot kunt komen. Ze verwelkomt elke gast met dezelfde grandeur, in fraaie kleding, op hoge hakken en een lange stola over haar schouders gedrapeerd. Op het zandpad naast het hotelletje begroet ze haar broer, die net een paar gasten met zijn trekker heeft afgeleverd. Het is het enige gemotoriseerde verkeer op Sark: auto’s zijn er verboden. Trekkers eigenlijk ook, maar op dit eiland zonder politie worden die getolereerd. Toch lopen we in La Sablonnerie tegen een heuse detective aan: Tom Barnaby uit Midsomer Murders. Niet in dienst trouwens: acteur John Nettles is een goede vriend van Elizabeth Perree, vandaar.

Mysteries op Sark
Hoewel het eiland er vanaf de boot als een grote steenpuist uitziet, blijkt Sark verrassend groen en bloemrijk. Het bestaat uit twee delen: Sark en Little Sark. Ze worden verbonden door een smalle, natuurlijke brug, La Coupée. Op onze gehuurde fietsen rijden we door een afwisselend landschap. We stoppen bij La Seigneurie Gardens, waar we met de tuinman hebben afgesproken. Om geheimzinnige redenen blijkt hij opeens te zijn verdwenen, dus we verkennen de fraai aangelegde tuin en omgeving rondom het landgoed op eigen gelegenheid. Het wordt nog mysterieuzer wanneer we even later bovenop een klif langs de kust een mini-uitvoering van Stonehenge vinden. ‘Sark Henge’ is een magische plek, waar we een tijdje van de serene rust, de oneindige ruimte en het prachtige uitzicht over zee genieten.

‘Caribische’ sfeer op Herm
Dachten we dat Sark bijzonder was, omdat er geen auto’s mogen rijden, buureiland Herm – op twintig minuten varen vanaf Guernsey – maakt het nog bonter. Op dit mini-­eilandje van 2,5 bij 1 kilometer zijn niet alleen auto’s maar ook fietsen verboden. Je komt hooguit een boer op een quad of een local met paard en wagen tegen. We volgen het wandelpad dat langs de kust loopt en speuren naar papegaaiduikers. Die bijzondere vogels komen hier voor. Ze genieten net als wij van het uitzicht op zee, de grillige kust met zijn grotten en het groene achterland. Aan de noord- en westkust komen we langs zandstranden zo wit en zeewater zo helder, dat we ons op een Caribisch eiland wanen. Na een paar uur wandelen zijn we rond. Op het terras van een van de weinige uitspanningen die Herm rijk is, worden we bediend door een ober met een zalig Frans accent, die zo clumsy is dat het erop lijkt dat we weer op een filmset zijn beland.

Dolen op Guernsey
Weer terug op Guernsey is de huurauto geen overbodige luxe. Het is even wennen aan links rijden, maar om het hele eiland te zien, heb je een auto én een paar dagen wel nodig. Anders hadden we de mooiste zonsondergang van het eiland, op het strand van Cobo, gemist, hadden we nooit geweten dat er prehistorische overblijfselen bij Le Creux ès Faïes te zien waren en waren we niet langs Saint Andrew met zijn Little Chapel gekomen. Dit mini-kerkje is opgebouwd uit een bonte verzameling schelpen, stenen en scherven.

In de hoofdstad Saint Peter Port doen we alles lopend. We wandelen langs de haven, verbazen ons over het grote verschil tussen eb en vloed (tot wel elf meter!) en dolen door het oude centrum van de stad met zijn geplaveide straten, luxe winkels en talloze trappen. Een van die trappen brengt ons bij Hauteville House. Hier woonde de 19e-eeuwse schrijver-dichter Victor Hugo tijdens zijn ballingschap. Na het zien van zijn huis overheerst maar één gevoel: we zijn impressed!

We waren even vergeten dat we in een Engelse detective beland waren, tot we een winkel binnen lopen, waar ze de beroemde Guernsey-tomaten verkopen. Praktisch alle locals die we tot dan toe zijn tegengekomen, zijn vriendelijk en voorzien van die heerlijke, typisch Engelse onderkoelde humor, maar deze grumpy tomatenverkoper is zo nors, dat we er om moeten grinniken. Dat vindt hij not funny. Resoluut werkt hij ons de winkel uit en draait het bordje op de deur meteen op ‘Closed’. En wat doe je dan, als je op Engels grondgebied bent? Dan los je het op met ‘tea’. We ploffen neer in een café met uitzicht op zee en bestellen een cream tea, met ovenverse scones, clotted cream en jam. Net als in die Engelse detectives eindigt ook ons bezoek aan Guernsey met een big smile.

Paradijselijk Jersey
Zestig kilometer verderop ligt Jersey, het grootste Kanaal­eiland. Nou ja, groot? Het is maar tien bij zestien kilometer, vergelijkbaar met Texel in het klein of Terschelling in het groot. Het eiland profiteert – net als de andere Kanaaleilanden – van de warme golfstroom, die zorgt voor een aangenaam klimaat. Voeg daar het paradijselijke landschap aan toe, met zijn glooiende heuvels, wijngaarden, bloemrijke weilanden, lavendelvelden, bossen, mooie baaien en woeste kliffen en het is duidelijk waarom vooral natuurliefhebbers en wandelaars het eiland Jersey zo graag met een bezoek vereren en detectiveschrijvers er zo veel inspiratie vinden.

Jersey heeft niet alleen zandstranden: in het noorden is de kust ruiger en groener. Het wandelpad over de rotsen langs de noordkust voert ons door bossen en eindeloze velden vol manshoge varens. Af en toe stoppen we even, om van het fenomenale uitzicht te genieten (en om een beetje uit te puffen). Door het nogal ruige karakter van dit pad kom je er nauwelijks andere mensen tegen. Dat maakt het ook een beetje spannend.

Net als we ons in Engeland wanen, wandelen we wat later in het zuidwesten van Jersey een typisch Frans landschap binnen. Je ruikt het al van verre: lavendel! Rondom de Lavender Farm verleiden de velden ons met hun verfijnde geur. Op de schommel die tussen de lavendelvelden staat, wervelen de subtiele geuren letterlijk om je heen. Ook elders zien we veel paars/blauwe bloemen; in bermen en tuinen vind je talloze hortensia’s en agapanthussen. De Lavender Farm is trouwens niet het enige stukje Frankrijk op Jersey. Even verderop lopen we door wijngaarden.

Mix van culturen
Ook al liggen de Kanaaleilanden in de oksel van het Franse Normandië en Bretagne, ze zijn toch echt Brits kroonbezit. En al voelt het landschap op de Kanaaleilanden soms eerder Frans dan Engels aan, je bent wel degelijk in Engeland. Dat merk je aan de mensen, aan de taal, aan het verkeer en aan het eten. Je ontbijt met toast & tea, luncht met fish & chips en bestelt overal typisch Engelse zoetigheden, zoals Bakewell-tart en scones bij je cream tea. Net als in die typische Engelse detectives dus. De Kanaaleilanden bieden wat dat betreft de best of both worlds en vormen een prettige mix van culturen: een aangename combi van het Franse joie de vivre en de hartelijke Engelse gastvrijheid. <