TULP Reizen

REIZEN // West-Sumbawa
Ruig en ongerept walhalla voor natuur- en waterliefhebbers.

Kilometers dichtbegroeide heuvels met tropisch regenwoud. Uitgestrekte dorpjes waar loslopende honden en koeien je de weg versperren. Waar een glimlach een hartelijke begroeting is. En waar het leven om de zee draait. Dit is West-Sumbawa (Indonesië). Een ruig en ongerept walhalla voor pro-surfers, hardcore hikers en fervente natuur- en waterliefhebbers.

Langzaam rollen we onze motors de ferry af. Vanaf Poto Tano is het zo´n tweeënhalf uur rijden naar Sekongkang, dat aan de zuidwestkust ligt. Na een paar kilometer rijstvelden brengt de slingerende weg ons langs uitgestrekte dorpjes met betonnen huizen in alle kleuren van de regenboog. Op straat wemelt het van de loslopende kippen, honden, geiten en koeien. Ik snuif de geur op: een mix van oriëntaalse kruiden, kruidnagel-sigaretten, zoet fruit en frisse bloemen. Terwijl we voorbij rijden, roepen kinderen ons giechelend ‘Hello, Mister!’ na. Een man met één tand in zijn mond werpt me een brede glimlach toe.

Onderweg stoppen we bij een kleurrijke strandtent, waar we een gloeiendheet kopje traditionele gemberkoffie drinken, gemaakt door Toni´s moeder. De kunstenaar in kwestie heeft hetzelfde rastahaar als zijn idool Bob Marley, wiens portret aan elk leeg stuk muur prijkt. In de riviermonding staan mannen met visnetten over hun schouder in de aanslag. In het ondiepe water spelen kinderen, de vrouwen zijn gekleed in een lange broek en dito t-shirt. Je zou het bijna vergeten, maar het eiland is islamitisch. Ondanks dat is zonne­baden in bikini geen doodzonde. Maar een kus gaat te ver, vertelt Toni ons later.

Dolfijnen
Na een uitgebreid ontbijt rapen we onze snorkel- en surfgear bij elkaar. Tropi Beach, dat op een paar minuten rijden ligt, is een befaamde surfspot met een linker- en rechtergolf. Van oktober tot april zijn hier de golven op hun best. Als we de heuvel over rijden, zien we boven ons een witkopzee­arend bewegingloos zweven op de wind. Hij steekt scherp af tegen de blauwe lucht. Bijna op hetzelfde moment steekt een familie aapjes – zonder om zich heen te kijken – de weg over.

Tussen de twee golven ligt een uitgestrekt koraalrif, ideaal voor freediving (duiken zonder zuurstoffles). Wanneer ik bovenkom van een duik wijzen een paar surfers wild naar de horizon. Zo´n 500 meter vóór ons zwemt een groep dolfijnen. De dieren doen hun ochtendbaantjes. Hun gladde grijze ruggen reflecteren prachtig in het scherpe ochtendlicht. Ik sla het meditatieve schouwspel een tijdlang ademloos gade. Een paar uur later zitten we tevreden aan een verse kokosnoot, die met een enorm kapmes vakkundig is opengehakt door de mevrouw van het piepkleine strandwinkeltje.

Krabbetjes
Aan het einde van de middag maken we een wandeling over het strand. Onder onze voeten schieten krabbetjes razendsnel hun holletje in. Bubu, een bruine golden retriever, stuift erop af. Hebbes! Met zijn prooi hulpeloos aan zijn lip hangend loopt hij fier het strand af.
Aan de rand van de zee staat een rij hengels met bamboestokken vastgeprikt in het zand. Op het bloot gelegde rif is het een drukte van jewelste. Hele families zoeken voorovergebogen naar octopus, zee-egels en schaaldieren. Ze keren huiswaarts als het allang donker is. Hun verweerde plastic emmers vol verse vis.




Waterval
De volgende dag bezoeken we de waterval aan de rand van het dorp. Het pad, dat midden door de jungle leidt, lijkt meer op een ellenlange modderbaan. Terwijl we ons vastgrijpen aan de bomen die langs het pad staan, slaan we om de paar meter muggen en ander ongedierte van ons af. Na zo’n 40 minuten komen we uit bij een plateau dat uitzicht biedt op een vallei met groene, dichtbegroeide heuvels. De oerwoudgeluiden verraden dat we niet alleen zijn. Na wat wild geritsel komt uit een hoge boom een aap tevoorschijn die wordt achtervolgd door een ander. Vanaf het plateau klimmen we iets omhoog, waarvandaan we ons met kinderlijk gegil van de spekgladde natuurlijke glijbaan storten. Met het touw dat boven de poel hangt, slingeren we ons even later als volleerde Tarzans het koele bergwater in.

Synchroon-dans
Op surfloze dagen huren we bij lokale spearfishing legend Indra de benodigde uitrusting: duikbril, snorkel, zwemvliezen, duikvest, handschoenen, mes, loodgordel, harpoen en een lang touw (drijflijn) met daaraan een opblaasbare vlotter. Een van de plekken waar je bijna altijd raak schiet, is Tropi Beach. Terwijl ik stil in het water lig, trakteert een school visjes me op een hypnotiserende synchroondans in slow motion. Het spektakel is amper voorbij of ik lig oog in oog met een nieuwsgierige zeeschildpad. Vanaf een afstandje kijkt hij me onderzoekend aan, waarna hij snel de diepte in zwemt.

Aan het einde van de baai, waar het water ruw tegen de rotsen op beukt, krioelt het van de vissen. Ik sla mijn armen om de vlotter en kijk toe hoe mijn partner een vis aan zijn harpoen rijgt. Na een paar uur keren we om. De drijflijn, die zwaar is onder het gewicht van alle dorade, trigger- en boxfish, achter ons aan slepend. Net voordat we bij de branding zijn, krijgen we plotseling bezoek van een zwartpunthaai. Schuw – en ongevaarlijk – als hij is, laat hij ons avondmaal gelukkig met rust.



The Beach
Met een plastic zak vol verse vis rijden we op een middag naar Lawar Beach. Een verlaten strand als in de film The Beach. De baai wordt omhelsd door twee lange rotsachtige armen. Met wat aangespoeld hout maken we een vuur, met daarop een aantal platte stenen die als grillplaat dienen. Het is pikkedonker. Hier en daar prikken wat sterren door de hemel heen. Zwijgzaam eten we onze buik vol vis, op smaak gemaakt met wat limoen, zout en peper, en zand. Ondanks het luide gefluit van de cicaden is het stil in mijn hoofd. Op dit verlaten strand, in enkel een bikini en sarong, bedenk ik me dat ik verder he-le-maal niets nodig heb. Ik voel me compleet. Tevreden. Dankbaar. Ik glimlach in mezelf.


Wereldberoemde golf
Net voordat onze terugvlucht gaat, wordt in Indonesië een lockdown afgekondigd. Voor de surfers een droom die uitkomt. Het seizoen van de wereldberoemde golf ´Super Suck´ in het naastgelegen dorp Maluk staat namelijk voor de deur. Waar het strand dan normaal gesproken wordt overspoeld door professionele surfers van over de hele wereld, is de extreem krullende golf nu voorbehouden aan slechts een handjevol. Bijna elke dag liggen ze in het water. Paparazzi-achtige camera’s worden uit het stof gehaald, op zoek naar die ene foto. Zo één die je ziet in surfmagazines.

Dagen, weken verstrijken. En ineens is het dan toch tijd voor de terugreis. Ook al leek het soms voor altijd te duren. Als de ferry los gaat en het eiland langzaam uit het zicht verdwijnt, denk ik terug aan die avond op het strand. In stilte bedank ik het eiland. Het heeft mijn ogen geopend. Voor al zijn natuurschoon, maar vooral voor de schoonheid van eenvoud. Een wijsheid die vervlochten is in het leven op Sumbawa.

Reisperiode
Sumbawa, dat naast Lombok ligt, is het hele jaar door te bezoeken. De natte periode, van oktober tot april, is relatief iets koeler en rustiger dan de droge periode van mei tot september. Vanaf Bali neem je de ferry naar Lombok. Na het eiland doorkruist te hebben, neem je de ferry naar West-Sumbawa. Je kunt ook naar Lombok vliegen. Vanaf daar vervolg je je reis over land en met de ferry.



HOE KAMPEREN IN EEN LUXE BUNGALOW EEN FEEST WORDT

Kamperen? Voor de één is het een feest (lekker in de buitenlucht, improviseren), voor een ander een schrikbeeld (hutje mutje, klamme caravan). Maar op een mooie camping, met alle ruimte, luxe, comfort en voorzieningen wordt kamperen (vooral voor gezinnen met kinderen) een zeer plezierige manier om vakantie te vieren. TULP Magazine bezocht de mooie en aangename familiecamping La Sirène en verbleef in een luxe stacaravan van Eurocamp. Wij zijn óm!

Lees meer »