TULP Kunst

« Terug

Peter van ’t Veen zoekt lijn in collectie

Van Italiaanse designlampen tot oude fl ipperkasten en jukeboxen: Peter van ’t Veen, eigenaar van modemerk Juffrouw Jansen Amsterdam, is een fervent kunstverzamelaar. En vooral van schilderkunst. Zo heeft hij de grootste collectie schilderijen en tekeningen van Isidore van Mens (1890 – 1985), één van de weinige Nederlandse oriëntalisten.



Verzamel je al van jongs af aan?
‘Kunst zit in mijn bloed. Mijn ouders hadden een neus voor mooie dingen. Ze verzamelden vooral antiek, tin en zilverwerk. Later ging mijn vader als hobby klokken maken: stoelklokken, schippertjes. Die stelde hij zelf samen. De losse onderdelen, zoals de wijzers en gewichten, bestelde hij bij verschillende fi rma’s. Als kind vond ik er weinig aan, ik ging liever voetballen. Toen ik op twaalfjarige leeftijd een zakhorloge kreeg, werd ik toch met het verzamelvirus besmet. Telkens als ik wat geld bij elkaar had gespaard, kocht ik er een exemplaar bij, bijvoorbeeld tijdens onze vakanties in Engeland. Op een gegeven moment had ik 150 zakhorloges.’

Wat is er met die collectie gebeurd?
‘Helaas heb ik deze verzameling zelf vakkundig om zeep geholpen. Mijn vader was van origine chemicus en hield zich bezig met de ontwikkeling van elektrolyse bij Akzo. Van zijn werk nam hij wel eens grote zoutblokken mee naar huis. Prachtig vond ik die. Ik bewaarde ze in een kast, samen met mijn andere verzameling. Jaren later, toen ik mijn zakhorloges weer eens onder het stof vandaan wilde halen, bleek het zout door de luchtvochtigheid te zijn gaan kristalliseren en verdampen. Mijn mooie horloges waren helemaal aangetast en verroest! Erg zonde. Gelukkig heb ik er nog een stuk of drie kunnen redden.’

Hoe werd jouw liefde voor de schilderkunst aangewakkerd? ‘
Dat begon onschuldig met een interesse in het Groningse kunstcollectief De Ploeg. Helaas waren de topstukken al niet meer te betalen, daarvoor was ik te laat met deze stroming begonnen. Toen kwam ik in aanraking met de Bergense School, maar die stijl vond ik wel erg donker. Ik ben ook een groot voorstander van de Nieuwe Haagse School en heb een aardige collectie met werken uit deze stroming. Maar ik merkte dat ik me liever wilde storten op een onontgonnen terrein, waar nog echte topstukken te vinden waren.’



Hoe kwam je Isidore van Mens op het spoor?
‘Mijn eerste werk van deze kunstenaar kocht ik op de kunstbeurs PAN Amsterdam. Een schilderij van een kermis, vervaardigd in 1920, waarschijnlijk een Belgisch tafereel. Isidore van Mens is geboren in Nederland, maar vestigde zich in Brussel aan de Avenue Chazal. Op het kruispunt bij hem om de hoek was vaak een kermis en ik vermoed dat hij die vanuit zijn raam heeft geschilderd.’

Wat is de kracht van zijn schilderijen?

‘Isidore van Mens was van oorsprong een heel goede tekenaar en illustrator. Al vanaf zijn jeugd tekende hij karikaturen, hoewel hij aanvankelijk koos voor een rechtenstudie. Dat cartooneske zie je in sommige van zijn schilderijen terug. Hij maakte ook boekillustraties, portretteerde verschillende docenten van de Universiteit Utrecht en werkte in opdracht van magazines en uitgeverijen.’




Welke ontwikkeling heeft zijn werk doorgemaakt?
‘In het begin was zijn werk vooral Nederlands georiënteerd. Daarna ontwikkelde hij zich tot een reizende, verhalende kunstenaar. Op de motor maakte hij lange reizen door NoordAfrika. Hij bezocht landen als Marokko, Algerije en Tunesië, maar is ook in Indonesië en China geweest. Bijzonder is dat hij als Europeaan toestemming kreeg om aanwezig te zijn bij traditionele feesten en rituelen. Zo kreeg hij de kans om unieke taferelen vast te leggen. Eerlijk gezegd kon ik zijn Arabische en oosterse werk niet direct waarderen, dat moest lang rijpen. Ik hield meer van de schilderijen die hij in Nederland, Frankrijk en Spanje maakte. Maar mijn enthousiasme voor zijn oriëntalistische kunst werd steeds meer gevoed en ik raakte erdoor gefascineerd.’

Hoe ben je aan zijn schilderijen gekomen?
‘Voornamelijk via veilingen, galeries en familieleden van de kunstenaar. Voor sommige werken ben ik speciaal naar Parijs afgereisd. Ik heb heel veel geïnvesteerd in het opbouwen van deze collectie. De prijzen voor zijn werk zijn door de jaren heen steeds hoger geworden.’

Waar let je op bij de aanschaf van een kunstwerk?
‘Ik koop vanuit mijn gevoel. Het belangrijkste criterium is of ik het schilderij mooi vind. Tegenwoordig verzamel ik heel selectief, omdat ik inmiddels al zoveel werken van Van Mens heb. Als je op zuivere gronden wilt verzamelen, zou je eigenlijk de mindere stukken moeten verkopen, om zo tot een steeds betere collectie te komen. Maar van de meeste schilderijen kan ik geen afstand doen, daarvoor ben ik er te veel aan gehecht. Verzamelen is ook een kunst: het is belangrijk dat er een bepaalde lijn in de collectie zit, een logica. Zo ben ik heel blij dat het me gelukt is om van nagenoeg alle landen waar Van Mens ooit is geweest een schilderij te vinden.’

Wat weten we nog meer over hem?
‘Ik ben dankbaar dat Van Mens alles heel zorgvuldig heeft gedocumenteerd. Zo is vrijwel elk schilderij voorzien van een datum en plaatsnaam. Meestal maakte hij schetsen op locatie, vervolgens werd het schilderij doorontwikkeld in zijn atelier in Brussel of in Mons, waar hij later ging wonen. De kunstenaar had een eigen techniek ontwikkeld, waarbij hij doorgaans aan de verkeerde kant van het doek schilderde. Kennelijk vond hij dat plezierig werken, of misschien had hij wel ontdekt dat de verf dan beter hechtte. Bijzonder is ook dat hij vrijwel al zijn lijsten zelf maakte. Zijn vrouw patineerde de lijsten met bladgoud.’




Bleef de kunstenaar tot op hoge leeftijd zo productief?
‘Richting de vijftiger jaren werd het reizen problematischer. Door de politieke verschuivingen werd hij als Europeaan minder vriendelijk bejegend en regelmatig met stenen bekogeld. Daarom is hij zich meer gaan toeleggen op reizen naar landen als Frankrijk en Spanje. Samen met zijn zus huurde hij een paar keer een huis van Salvador Dalí in Port Lligat. Hij was diep onder de indruk van zijn werk en vond hem een magistrale kunstenaar. Richting de jaren zestig kreeg Van Mens tremor, waardoor hij last had van trillende handen. In zijn schilderijen zie je dat niet terug, maar brieven schrijven werd steeds lastiger. Zijn laatste werken dateren van eind jaren zeventig.’

Had je ooit gedacht dat jouw verzameling deze proporties aan zou nemen?
‘Nooit. Het is echt een eigen leven gaan leiden sinds ik dat eerste schilderij kocht van die kermis in Brussel. Naast tekeningen en schilderijen heb ik inmiddels ook allerlei andere voorwerpen van Isidore van Mens in mijn bezit. Onder andere zijn paspoort, rijbewijs, schildersezel, kwasten en zelfs zijn reiskoffer. En hoewel ik de kunstenaar helaas nooit persoonlijk heb ontmoet, voelt het intussen alsof ik hem ken. Uit zijn brieven maak ik op dat hij een vriendelijke man was, een goeierd. Hij heeft ook regelmatig schilderijen aan anderen geschonken.’

Wordt het niet tijd voor een tentoonstelling over zijn werk?
‘Zeker, en er moet ook een boek komen. Maar ik ben nederig over mijn verzameling, heb altijd het gevoel dat ik nog iets mis. Terwijl deskundigen om mij heen zeggen dat ik allang aan de slag kan. Mijn grootste wens is een reizende tentoonstelling. Liefst eerst in Parijs, daarna in Brussel en Nederland. Om vervolgens door te reizen naar Marokko of Tunesië. Isidore van Mens was ten slotte een ‘verbelgde’ Nederlander met een Arabisch hart. En bovenal een wereldburger.’