TULP Culinair

« Terug



Booming: streetfood

Van snelle hap tot instant culinaire kunst


Een sappige hamburger, vers gerolde sushi, geurige noedelsoep, een gulle beker schepijs of zo’n ouderwetse puntzak Vlaamse friet mét. Streetfood is van alle tijden. Snel en lekker eten kun je op vrijwel elke straathoek van de wereld. Dé oplossing voor iedereen die van vers, ongecompliceerd en direct klaar-eten houdt. Slow food served fast!

Onderweg iets eten of drinken bestaat al zo lang als de menselijke behoefte aan (instant) brandstof – energie – en is daarmee als fenomeen ouder dan het oudste restaurant. Straatventers, al dan niet met een mobiele kraam, voor­zagen eeuwenlang in deze primaire noodzaak. Nu, sinds de coronarestricties, is streetfood ongekend populair. Het is voor velen de ideale oplossing om toch te kunnen genieten van die heerlijke sensatie van ‘even uit eten’ te gaan. En ja: met je vingers eten mag!

Het zal niemand verbazen dat er in de afgelopen tijd veel eetkramen en foodtrucks bij gekomen zijn. Eigenlijk al vóór de coronapandemie zag je ze steeds vaker, vooral bij festivals en grote evenementen. Er zijn zelfs (sterren)koks, die hun toque aan de wilgen hebben gehangen en in een foodtruck zijn geklommen om hun creaties aan een groter publiek te kunnen aanbieden. Voor veel lekkerbekken ook dé gelegenheid om kennis te maken met de kookkunsten van dat chique restaurant, waarover ze al zoveel gehoord hadden. Onder het motto ‘we gaan niet bij de pakken neerzitten’ kreeg de traditionele afhaal-Chinees er met de impuls van streetfood ineens geduchte concurrentie bij.

Mierzoete herinneringen

Omdat het afgelopen jaar niet alleen de restaurants werden gesloten, maar ook het reizen werd beperkt, teer ik (culinair en reisjournalist ‘in ruste’) tot nader order vooral op de levendige herinneringen aan alle eetstalletjes, waar we tijdens ons vroegere reis- en trekvogelbestaan hebben mogen proeven. Die herinneringen dateren zelfs nog van eerder: al tijdens mijn vroegste jeugd in Indonesië bijvoorbeeld, waar elke namiddag in de tropische hitte een venter met tjendol en kwee kwee door onze straat trok; mierzoete versnaperingen, die mijn moeder eigenlijk verbood, want ‘dat is vies!’. Maar gelukkig deed zij meestal net haar middagdutje, wanneer de lokroep van het zoet door de straat galmde, en renden mijn zusje en ik met enkele aan de baboe ontfutselde muntjes in onze knuistjes toch gauw naar buiten, om triomfantelijk met een bananenblad vol roze en witte rijstcakejes terug te keren. Ha, ze moest eens weten…!

Exotische aroma’s

Later, tijdens mijn volwassen leven, zijn veel eetherinneringen doorspekt gebleven met de geuren van de tropen. Zoals die van de avondmarkt in Bangkok, waar wolken prikkelende, exotische aroma’s je al van verre tegemoet waaien, uitmondend in een zinsbegoochelend aanbod: van ratscherpe Tom Yam-soep tot zalig zoete kleefrijst met rijpe mango. Of die drukbeklante foodtruck in Sydney, waar we in de rij stonden voor een rijkgevulde meat pie tussen het in avondjurk en rokkostuum geklede operapubliek. Maar ook de herinnering aan de simpele Indonesische warung op Bali, met de houten bankjes, waar hele families zich tegoed kwamen doen aan knapperige, op houtskool geroosterde saté blijft me dierbaar. Net als de gestoomde dim sum bij wijze van voedzaam, maar haastig te verorberen warm ontbijtje, in het halfdonker in looppas op weg naar een busstation ‘ergens’ in het Zuid-Chinese Kunming. En ja: ook die onvergetelijk lekkere, moddervette punt pizza met kaas en salami in de Amsterdamse Kalverstraat, toen we laat en hongerig uit de bioscoop kwamen.

Ekiben

In sommige landen is streetfood van een primair fenomeen uitgegroeid tot ware kunst. Het beste voorbeeld daarvan is Japan, waar je niet alleen overal kloeke automaten voor koffie en/of thee, bier en sake in alle mogelijke smaken, maten en bereidingen kunt vinden maar ook – als mooiste toepassing – de zogenoemde ekiben oftewel ‘station dozen’. Die zijn dagelijks vers op nagenoeg elk station in Japan tegen een betaalbare prijs te koop, in alle denkbare samenstellingen: met vis, groente, rijst, vlees of omelet dan wel geheel vegetarisch, om de honger van reizigers tijdens hun vaak lange treinreis door dit uitgestrekte land te stillen. Op sommige stations vult men de bento zelfs met lokale specialiteiten, zoals op het Mori-station in Hokkaido, dat bekend staat om zijn ikameshi: met rijst gevulde inktvisjes. Jammie!

In de jaren ’80 van de vorige eeuw zette men in Japan maar liefst twaalf miljoen van dergelijke ekiben per dag om! Daarna stak de opkomst van het vliegverkeer daar een (eet)stokje voor. Niettemin bleek de smakelijke lunchbox ook in later jaren voor ons vaak een dankbare, want tijdbesparende – en vaak ook enige – oplossing, als we bijvoorbeeld weinig tijd hadden om over te stappen. Bovendien vormde een inderhaast aangeschafte ekiben qua inhoud altijd een leuke verrassing – zeker wanneer je de Japanse taal niet machtig bent. Japan zou Japan niet zijn, als zelfs de meest nederige ekiben ook niet fraai verpakt was, inclusief ingenieus uitschuifbare eetstokjes en natuurlijk het onontbeerlijke knijpzakje sojasaus. En denk maar niet dat je al dat verpakkingsmateriaal later als zwerfafval op straat aantreft! Ook wat dit betreft kunnen we een voorbeeld aan de Japanners nemen.

Eerlijk en authentiek

Streetfood vertelt veel over een land: het is klimaat, geschiedenis en economie ineen. In Nederland denk je uiteraard meteen aan traditionele kraampjes met erwtensoep of ‘koek en zopie’ langs de ijsbaan, de suikerspin na een bezoek aan de kermis, het verlokkende belletje van de ijscokar bij het zwembad of je favoriete haringstal op het pleintje naast de kerk. Zo werd tijdens onze reizen door het buitenland een uitstapje naar de lokale (eet)markt vaste prik. Meestal een warme, verleidelijke kakofonie van geur, kleur, geluid en smaak. Een mobiel dorp, waar je niet alleen prima wat mondvoorraad voor onderweg inslaat, maar ook en vooral à la minute geniet van een vlugge snack. Ik denk hierbij terug aan die superlekkere, in maïsblad gewikkelde warme tamales in Mexico-Stad, de reuzenhotdog met mosterd, ketchup en zuurkool in Chicago (wat een geklieder!) en de verrukkelijke, licht krokant gebakken groenteomelet in Ho-Chi-Min City, gepresenteerd op een eenvoudig bananenblad.


Over de gebakken sprinkhaan op de Filippijnen – naar verluid het favoriete hapje van wijlen president Marcos – waren we wat minder enthousiast. En nee, de in sesamzaadjes gerolde toffeeappel op een stokje, die we van onze gids in Kanton kregen aangeboden – heel lief – heb ik achter zijn rug stiekem weggegooid, want daar stak na één hap een vette worm uit. Brrr.

Streetfood is per definitie een puur streekgebonden culinaire cultuur. Een erfgoed dat we moeten koesteren. Ik sta alweer in de startblokken voor nieuwe (eet)ervaringen!

PRODUCTIE // CILA VAN DER ENDT